Stand van zaken rond het experiment met de gesloten coffeeshopketen

25 juli 2018

Op 8 november 2017 is de PvdA motie “De wiethouder wint” ingediend, die het college onder andere opriep contact te leggen met de regiogemeenten over deelname aan het experiment met de gesloten coffeeshopketen. Mede op basis van deze motie heeft het college de raad op 7 februari 2018 nader geïnformeerd (RI18.0012). In deze brief hebben wij aangegeven dat de regiogemeenten, inclusief Den Helder, nadere informatie van de ministeries afwachten voordat we ons aanmelden voor een dergelijk experiment. We hebben u toen ook toegezegd met informatie te komen wanneer er ontwikkelingen zijn. Daar is nu sprake van.

Op 9 maart 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid een brief geschreven aan de voorzitter van de Tweede Kamer over het experiment met de gesloten coffeeshopketen. De minister bericht over twee zaken, namelijk:

1. Het ingediende wetsvoorstel (de experimenteerwet), inclusief Algemene Maatregel van Bestuur;

2. De instelling van een onafhankelijke Adviescommissie ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’.

Experimenteerwet

Ten behoeve van de uitvoering van een experiment heeft het ministerie een experimenteerwet voorbereid, inclusief Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het concept van het wetsvoorstel is voorgelegd aan diverse adviesorganen, waaronder de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Het experiment zal bestaan uit:

1. Een voorbereidingsfase, waarin gemeenten en telers worden aangewezen;

2. Een experimenteerfase, waarin hennep mag worden geproduceerd, geleverd aan de coffeeshop en verkocht door de coffeeshop. Deze fase is voorzien van een periode van vier jaar;

3. Een afbouwfase, die maximaal zes maanden moet gaan duren.

De effecten van het experiment zullen worden gemeten en er zal een evaluatie volgen.

Onafhankelijke Adviescommissie ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’

Er is een onafhankelijke Adviescommissie ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’ (hierna: de commissie) ingesteld die onder leiding van prof. Dr. J.A. Knottnerus advies heeft uitgebracht. De commissie heeft daartoe diverse adviesaanvragen ontvangen en adviseert over zowel de vormgeving van het experiment (teelt van hennep, selectiecriteria gemeenten, preventie, toezicht e.d.) alsook welke gemeenten zouden moeten deelnemen aan het experiment. De commissie is tevens verzocht uiterlijk in het najaar van 2018 een voordracht te doen van gemeenten die kunnen deelnemen.

In de adviesaanvraag is opgenomen dat enkel individuele gemeenten kunnen deelnemen. Er vinden dan ook geen regionale experimenten plaats waarbij meerdere gemeenten zijn betrokken. Daar komt bij dat in een deelnemende gemeente alle coffeeshops moeten meedoen. In de AMvB zullen de selectiecriteria worden opgenomen voor de aanwijzing van gemeenten. De selectieprocedure start met een verzoek van de burgemeester. De definitieve aanwijzing geschiedt door de minister van Justitie en Veiligheid.

De huidige AHOJ-G criteria blijven ten tijde van het experiment van kracht. Binnen het experiment mag, binnen een marge, wel worden afgeweken van de huidige maximale handelsvoorraad (500 gram).

Op 20 juni 2018 heeft de commissie haar advies afgerond en aan de betrokken ministeries toegezonden. Het adviesrapport is te downloaden via www.rijksoverheid.nl/jenv.

Het advies van de commissie en de reactie van het kabinet van 6 juli 2018 (deze is te vinden op www.tweedekamer.nl) dienen als basis voor de uitwerking van de AMvB, die samen met het voorstel van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen de juridische basis zal vormen voor het experiment. Dit voorstel wordt zo spoedig mogelijk bij de Tweede Kamer ingediend. De ministers stellen de AMvB op in overleg met betrokken organisaties en zijn voornemens expertise te benutten van onder meer deskundigen en ondernemers om tot realistische en uitvoerbare voorwaarden te komen. De verwachting is dat de concept AMvB in het najaar gereed is. De ministeries zien het proces op dit moment zo voor zich dat gemeenten – naar aanleiding van de concept AMvB – hun interesse officieel kenbaar kunnen gaan maken.

Een van de adviezen van de commissie Knottnerus is om het experiment in meer dan de eerder genoemde zes tot tien gemeenten te laten plaatsvinden. Dit om de ambitie van voldoende variatie waar te maken. Vooralsnog hecht het kabinet er echter aan om vast te houden aan een overzichtelijk experiment in maximaal tien gemeenten, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Wel zal gebruik worden gemaakt van diverse controlegemeenten, zodat de effecten van het traject op een wetenschappelijke wijze onderbouwd kunnen worden.