Door Pieter Blank op 18 juni 2019

Fractie stelt vragen over de onderwijssituatie bij Lyceum aan Zee

De inspectie van het ministerie van OCW heeft aan het Lyceum aan Zee het oordeel ‘zeer zwak’ voor havo en vwo gegeven. Inspanningen om te verbeteren hebben niet gewerkt. Eerder is achteruitgang geconstateerd. Niet alleen op de kwaliteit van het onderwijs zelf (e.g. onderwijsvernieuwing) maar ook ondersteunde aspecten als kwaliteitszorg. De situatie is zorgwekkend. Indien het oordeel ‘zeer zwak’ niet in een jaar op z’n minst wordt teruggebracht naar ‘onvoldoende’, is ministerieel ingrijpen denkbaar. Om het tij te keren wordt er een nieuw verbeterplan opgesteld:

De organisatie wordt een lerend netwerk waarbinnen over de locaties heen kennis, ervaring en deskundigheid gedeeld en benut worden. “Er zal gewerkt worden vanuit één gezamenlijk pedagogisch-didactische visie en aanpak. Er komt een nieuwe managementstructuur die gericht is op de aansturing van de scholengemeenschap als geheel”.

De uitvoering van het nieuwe schoolplan komt in handen van een nieuw verbeterteam ondersteund door een extern adviseur vanuit ‘leren verbeteren’. Van de huidige directeur wordt afscheid genomen onder dankzegging voor haar inzet ‘vanuit een strakke planmatige aanpak’ en het werken aan ‘tal van verbeteringen’ waarbij zij “veel oog heeft gehad voor het versterken van de interne verbinding”. Het doel is binnen een jaar het vwo op ‘voldoende’ te krijgen en de havo te verbeteren naar ten minste ‘onvoldoende’ en maximaal een jaar later naar ‘voldoende’.

De noodzaak om snel tot actie te komen is groot. “Er wordt niet gewacht op het eindrapport van de inspectie, dat naar verwachting rond de zomervakantie beschikbaar komt, om te kunnen vertellen over de stappen die zijn gezet en welke verdere plannen er zijn”.

Grote zorg

De situatie op Lyceum aan Zee geeft grote zorgen. Voor het bestuur, voor de docenten, voor de ouders en in eerste plaats natuurlijk voor de scholieren zelf. Scholieren die er recht op hebben om van vakbekwame docenten in een goede leeromgeving passend onderwijs te krijgen. En daar schort het blijkbaar in aanmerkelijke mate aan. Dat schokt niet alleen -gezien de berichtgeving- het bestuur van Scholen aan Zee, maar ongetwijfeld ook de betrokken docenten, leerlingen en hun ouders en daarmee de inwoners van Den Helder. Immers, het overgrote deel van de direct betrokkenen woont en leeft in onze stad. En daarom is het bieden van goed onderwijs óók een zorg voor het stadsbestuur. Door landelijk beleid is de betrokkenheid van het stadsbestuur in de afgelopen tientallen jaren in het algemeen teruggelopen. Maar nu de problemen met betrekking tot het onderwijs bij Scholen aan Zee al vele jaren voortduren en de situatie kritiek is geworden, mag van het stadsbestuur verwacht worden dat ze klaar staat om extra ondersteuning te leveren. De gestelde doelen moeten gehaald worden. Hierbij wordt trouwens gesteld dat  het onderwijs op de HAVO nog een jaar langer niet op voldoende niveau kan worden gebracht. Dit is geen fijn vooruitzicht.

Maar waarschijnlijk geldt de analyse dat een verdere rek in een snellere aanpak niet mogelijk is omdat er al behoorlijke spanning staat op de nu in gang te zetten activiteiten. Die spanning is begrijpelijk. Immers, het gaat niet om sec het nieuwe schoolplan, de nieuwe managementstructuur of de nieuwe visie maar natuurlijk om menselijke samenwerking, relaties en teamvorming. Veranderen doe je met elkaar. Waar mensen organisaties bouwen, zijn ze zelf het bouwwerk!

Steun verlenen?!

Het verbeteren van samenwerking  kost tijd. En omdat de tijd beperkt is, kan extra steun veel betekenen. De tijd geven waar het kan en de tijd nemen waar het moet. Immers de basis moet doorgaan: vakbekwame docenten die leerlingen vaardigheden bijbrengen en voorbereiden op hun examens. Daar moet de tijd voor vrijgemaakt blijven.

De PvdA-fractie in de gemeenteraad van Den Helder voelt een grote betrokkenheid bij de huidige situatie bij Scholen aan Zee en in het bijzonder nu bij Lyceum aan Zee. Het zijn onze jonge inwoners en hun ouders of verzorgers en de docenten die nu steun verdienen en hulp nodig hebben. Organisatiegrenzen gelden even niet. Structuren zijn even niet van belang. Verantwoordelijk zijn wij allen nu om de situatie op het Lyceum aan Zee weer ten goede te keren. Dus als we kunnen helpen graag! Alle hens aan dek dus!

Gegeven de situatie bij Scholen aan Zee leggen we daarom de volgende vragen aan het college voor:

  1. Onderschrijft het college de analyse dat de situatie bij Lyceum aan Zee als zeer ernstig kan worden bestempeld?
  2. Is het college het met ons eens dat -onconventioneel- steun aangeboden kan worden aan het bestuur en het directieteam die de taak op zich gaat nemen de kwaliteit van het onderwijs weer op ten minste voldoende niveau te brengen?
  3. Kunt u zo’n aanbod overdragen aan Scholen aan Zee; terugkoppelen wat de reactie is en aangeven wat de extra gemeentelijke inspanning zal of kan zijn?
  4. Kunt u in afstemming met Scholen aan Zee in oktober een informatiebijeenkomst organiseren zodat wij als raad op de hoogte blijven van de inspanningen en de in gang gezette verbeteringen